Overslaan en naar de inhoud gaan

Floating-Harbor syndroom

Iemand met Floating-Harbor syndroom heeft een kleine lengte en moeite met praten. De oorzaak is foutje in een gen. Welke kenmerken iemand heeft en hoeveel kenmerken, verschilt van persoon tot persoon.

Mensen met Floating-Harbor syndroom groeien minder goed in de lengte. Gemiddeld worden ze 140 tot 155 cm lang. Als kind gaan ze meestal laat lopen en praten. Vaak hebben ze moeite met het duidelijk uitspreken van woorden en hebben ze moeite om de juiste woorden te vinden. Soms zijn er problemen met leren, maar soms ook niet. Een deel heeft een milde tot matige verstandelijke beperking. Sommige kinderen hebben ADHD, zijn angstig of hebben problemen met hun gedrag. Meestal wordt dit minder als iemand volwassen is.

Mensen met dit syndroom lijken soms meer op elkaar dan op hun familieleden. Soms hebben ze een driehoekig gezicht met ogen die diep in het hoofd liggen. Ze kunnen een opvallende neus hebben en hun oren kunnen lager zitten. Verder hebben ze soms een brede mond met een dunne bovenlip. Sommige kinderen zijn verziend of zien scheel. Soms hoort iemand minder goed. Sommigen hebben last van epilepsie.

Bij sommige kinderen komt de voeding terug vanuit de maag naar de mond (reflux). Sommige kinderen hebben last van verstopping (harde poep). Soms zitten er holtes met vocht in de nieren (cystenieren) of is een nier kleiner of heeft iemand maar één nier. Een deel van de kinderen wordt geboren met een gaatje tussen de boezems van het hart (ASD). Soms hebben ze korte vingers, of staan hun vingers scheef.

Heb je een vraag? erfolijnaterfocentrum.nl (subject: Vraag, body: Mail%20ons%20uw%20vraag%3B%20binnen%205%20werkdagen%20ontvangt%20u%20een%20antwoord.%20%0A%0AMijn%20vraag%20is%3A%20%0A) (Mail) ons.

ALLES SLUITEN