Overslaan en naar de inhoud gaan

Fibrodysplasia ossificans progressiva (FOP)

Bij fibrodysplasia ossificans progressiva (FOP) wordt iemand steeds stijver. Dat komt omdat spieren en bindweefsel (bijvoorbeeld pezen) langzaam in bot veranderen. De oorzaak is een foutje in een gen. Wanneer iemand klachten krijgt en hoe ernstig de klachten zijn, verschilt van persoon tot persoon.

Bij baby’s met FOP zijn de grote tenen vaak wat kleiner. Bij sommigen zijn ze naar binnen gebogen. Ook de duimen zijn soms korter. Er kan ook iets zijn met de wervelkolom of het dijbeenbot.

Vaak krijgen mensen de eerste kenmerken voordat ze 20 jaar zijn. Iemand krijgt dan bulten (zwellingen). Dat kan gebeuren op verschillende plaatsen van het lichaam. Maar meestal begint dit in de nek, schouders en armen. De zwellingen doen pijn.

Iemand met FOP kan een zwelling krijgen door bijvoorbeeld een val, prik, operatie of infectie. Soms is niet duidelijk wat de oorzaak is van de zwelling. Door FOP verandert de zwelling uiteindelijk in bot. Daardoor wordt het steeds moeilijker om te bewegen. Als er extra bot komt bij de kaken, kan iemand problemen krijgen met eten. Door extra bot bij de ribben kan het moeilijker worden om te ademen.

Heb je een vraag? erfolijnaterfocentrum.nl (subject: Vraag, body: Mail%20ons%20uw%20vraag%3B%20binnen%205%20werkdagen%20ontvangt%20u%20een%20antwoord.%20%0A%0AMijn%20vraag%20is%3A%20%0A) (Mail) ons.

ALLES SLUITEN